Parkeerwachter

Parkeerwachter-arrest

Zaak: ECLI:NL:HR:1988:AD0424
Wetgeving: art. 167 Sv, art. 349 Sv

Casus

Een verbaliserende parkeerwachter heeft bij de constatering van een overtreding de verdachte te kennen gegeven niet over te zullen gaan tot het opmaken van een proces-verbaal. Alleen bij herhaling van de overtreding in de toekomst zou de verdachte worden vervolgd. Echter werd deze verdachte voor dit feit wel vervolgd.

Kernoverweging

Hoge Raad:
4.2 “Deze overwegingen zijn aldus te verstaan dat de Rb., uitgaande van de feitelijke vaststelling dat een parkeerwachter aan de verdachte heeft medegedeeld dat tegen hem een volgende keer p.-v. zou worden opgemaakt en de beslissing die uit die mededeling moet worden afgeleid dat aldus een zgn. politiesepot heeft plaatsgevonden, heeft geoordeeld dat daardoor in het onderhavige geval — mede gelet op de aard van de door de verdachte gepleegde verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder de bedoelde mededeling werd gedaan — bij de verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij van verdere vervolging verschoond zou blijven en dat de OvJ door desondanks tot vervolging van de verdachte te besluiten handelde in strijd met beginselen van een goede procesorde en dientengevolge in die vervolging niet-ontvankelijk diende te worden verklaard.”

Rechtsregel

Als door een opsporingsambtenaar  het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt bij de verdachte, dat deze niet zal worden vervolgd, kan de verdachte zich beroepen op het vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat het OM is gebonden aan de beslissing van de opsporingsambtenaar en niet meer kan vervolgen.

Hierbij moet wel worden gelet op:

  • De aard van de door de verdachte gepleegde verkeersovertreding.
  • De omstandigheden waaronder de bedoelde mededeling werd gedaan.