Kantharos van Stevensweert

Kantharos van Stevensweert-arrest

Zaak: 19061959/NJ 1960-59
Wetgeving: art. 1358 BW; art. 48 Rv

Casus

Iemand verkoopt een zilveren beker, waarvan later duidelijk wordt dat het de erg waardevolle ‘Kantharos van Stevensweert’ is. De verkoper wil een beroep doen op dwaling en de overeenkomst vernietigen.

Kernoverweging

Hoge Raad:
“dat in dit geding aan de orde is de vraag of de verkoper, op den enkelen grond dat de zaak een eigenschap blijkt te bezitten waarvan hij ten tijde van den verkoop geen vermoeden kon hebben, vernietiging van de overeenkomst kan vorderen indien aannemelijk is dat hij bij bekendheid met den waren toestand de zaak niet, of niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben verkocht;”

“dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord omdat naar redelijke, in het verkeer gangbare opvatting degene die een hem toebehorende zaak tegen een overeengekomen contraprestatie van de hand doet, daarmede de kans prijsgeeft dat de zaak achteraf zal blijken hoedanigheden te bezitten waarvan hij ten tijde van den verkoop geen vermoeden kon hebben;”

“dat hierbij ook valt te bedenken, dat de ontdekking van de bijzondere hoedanigheid te danken kan zijn aan den koper, Hetgeen in het onderhavige geval wel sterk spreekt, nu blijkens ’s Hofs vaststelling de herkomst van den litigieuzen beker, welke dezen stempelt tot een in oudheidkundig opzicht uniek stuk, eerst door een speciale studie van den koper aan het licht is gekomen;”

“dat het bovenoverwogene niet uitsluit, dat in gevallen als het onderhavige vernietiging van de overeenkomst door nevenomstandigheden wordt gerechtvaardigd, waarbij in het bijzonder moet worden gedacht aan het geval dat de koper den verkoper omtrent de eigenschap der zaak had kunnen inlichten en daartoe, naar de eisen van de goede trouw, gehouden was, hoedanige nevenomstandigheden zich te dezen blijkens ’s Hofs arrest niet voordoen;”

Rechtsregel

Vernietiging van een overeenkomst op grond van dwaling kan niet door de verkoper gevorderd worden op de enkele grond dat de verkochte zaak een eigenschap blijkt te bezitten, waarvan hij ten tijde van de verkoop geen vermoeden kon hebben. Er is dan sprake van verkopersdwaling.

Een eventuele uitzondering is als de koper op de hoogte was van de waarde van de zaak en dit niet heeft medegedeeld.