Blaauboer/Berlips

Blaauboer/Berlips-arrest

Zaak: HR 03-03-1905, W 1905, 8191
Wetgeving: 1354 BW (oud)

Casus

Blaauboer kocht op een veiling een bouwkavel van de gebroeders Berlips. In de veilingvoorwaarden was bepaald dat de gebroeders Berlips de weg aan de bouwkavel zouden verhogen en bestraten. Echter is die weg verkocht aan een weduwe, genaamd Maks. De gebroeders Berlips stellen dat Blaauboer de weduwe moet aanspreken voor het verhogen en bestraten van de weg. Blaauboer eist schadevergoeding van de gebroeders Berlips omdat de straat niet werd aangelegd zoals ze afgesproken hadden.

Kernoverweging

Hoge Raad:
“dat eindelijk bevrijding van eene persoonlijke verbintenis door overgang van deze op een anderen schuldenaar niet anders mogelijk is dan met medewerking of toestemming van den schuldeischer, die aan de overeenkomst recht ontleent ten aanzien van hem, met wien hij die overeenkomst sloot, en dientengevolge ook op diens goederen, en wien, buiten zijne toestemming die schuldenaar die waarborg niet kunnen worden onttrokken;”

“O. echter, dat uit een en ander de onjuistheid van ’s Hofs beslissing niet zoude volgen, indien overgang van verbintenis op den nieuwen eigenaar kon worden aangenomen op grond van art. 1354 BW;”

“dat dit evenwel niet het geval is, omdat de uitdrukking van dat artikel “bedongen hebben” niet omvat het zich verbonden hebben;”

“dat (…) mitsdien [Berlips] door den verkoop en de overdracht van den weg niet van zijn persoonlijke verbintenis werd bevrijd,”

Rechtsregel

Door middel van persoonlijke verbintenissen kunnen geen plichten worden opgelegd aan iemand die geen partij was bij de overeenkomst. Vorderingsrechten kunnen echter wel overgaan op de nieuwe eigenaar.