Art. 47 Sr (deelnemingsvormen)

Art. 47 Sr

  1. Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:
    • 1°. zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen;
    • 2°. zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.
  2. Ten aanzien van de laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben uitgelokt, benevens hun gevolgen.

Lid 1 sublid 1

Doen plegen

VOORWAARDEN

  1. Accessoriteit
    Strafbaar grondfeit dat wordt uitgevoerd (voltooid delict/strafbare poging/voorbereiding).
  2. Straffeloze uitvoerder
    De onmiddellijke dader die het delict uitvoert is straffeloos.
  3. Dubbel opzet
    • Op het doen plegen
    • Op het grondfeit

AANVULLING

  • Feitelijke uitvoerder is straffeloos (= verschil met uitgelokte) door onwetendheid of beroep op strafuitsluitingsgrond (Melk en water arrest).
  • Niet gebonden aan bepaalde middelen.

Medeplegen

VOORWAARDEN

  1. Accessoriteit
    Strafbaar grondfeit dat wordt uitgevoerd (voltooid delict/strafbare poging/voorbereiding).
  2. Bewuste samenwerking
  3. Gezamenlijke uitvoering (nauwe samenwerking)
  4. Dubbel opzet
    • Op het medeplegen zelf (dus: op het bewust samenwerken).
    • Op het grondfeit. Voorwaardelijk opzet volstaat.

AANVULLING

  • Substantiële bijdrage vereist.
  • Intensiteit van de samenwerking is van belang (evt. ook stilzwijgend).
  • Inwisselbaarheid van rollen vereist (arrest Wormerveerse brandstichting).
  • Aanwezigheid/niet-distantiëren maar dan wel voldoende samenwerking o.g.v. andere factoren (arrest Rijswijkse stoeptegel).
  • Lijfelijke aanwezigheid is niet vereist (arrest containerdiefstal) mits gecompenseerd door andere factoren.
  • Niet alle betrokken (medeverdachten) hoeven elkaar te kennen.
  • Bij kwaliteitsdelicten: voldoende als één van de medeplegers de kwaliteit bezit.

Lid 1 sublid 2

Uitlokken

VOORWAARDEN

  1. Accessoriteit
    Strafbaar grondfeit dat wordt uitgevoerd (voltooid delict/strafbare poging/voorbereiding).
  2. Uitlokkingsmiddelen
    Bijv. geld
  3. Psychische omslag
    Een ander bewegen tot iets waartoe diegene daarvoor nog niet besloten had.
  4. Dubbel opzet
    • Op de uitlokking.
    • Op het grondfeit. Voorwaardelijk opzet volstaat
      (uitgezonderd geobjectiveerde gevolgen immers
      aan opzetvereiste onttrokken).

AANVULLING

  • Uitgelokte is zelf ook strafbaar > verschil met doen plegen: uitvoerder is dan straffeloos.
  • Wanneer het grondfeit een kwaliteitsdelict is hoeft de uitlokker die kwaliteit niet te bezitten, de uitgelokte wel.