Aanmerkelijke kans

Aanmerkelijke kans-arrest

Zaak: ECLI:NL:HR:1985:AC8716
Wetgeving: art. 339 lid 2 Sv, art. 340 Sv, art. 359 lid 1 Sv, art. 359 lid 3 Sv

Casus

Verdachte vliegt naar Amsterdam met twee koffers die hij, volgens hem, heeft geleend van een man. De koffers zijn voorzien van dubbele deksels en bodems. De rechtbank stelt vast dat de koffers een abnormaal hoog leeggewicht hebben en bovendien opvallend dikke deksels en bodems hebben. De verdachte zou dus geweten moeten hebben dat er heroïne in verborgen zat en zou aldus (voorwaardelijk) opzet hebben gehad op het smokkelen ervan.

Kernoverweging

Hoge Raad:
5.2 “(…) dat daarin is neergelegd het oordeel dat de verdachte, door ondanks de (…) genoemde omstandigheden de koffers niet aan een nader onderzoek te onderwerpen, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in beide koffers verdovende middelen waren verborgen, in aanmerking genomen dat, naar van algemene bekendheid is, veelal in deksels en bodems van koffers verdovende middelen worden vervoerd.”

Rechtsregel

Voorwaardelijk opzet is: zich willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat het strafbare gevolg van het handelen zich voordoet.