Art. 3:44 BW (bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden)

Lid 1

VOORWAARDEN

a. De rechtshandeling is tot stand gekomen door bedreiging
b. De rechtshandeling is tot stand gekomen door bedrog
c. De rechtshandeling is tot stand gekomen door misbruik van omstandigheden

Rechtsgevolg: de rechtshandeling is vernietigbaar (art. 3:53 BW)

Lid 2 (bedreiging)

VOORWAARDEN

  1. Met enig nadeel in persoon of goed bedreigen
    • Bijv. vermogensschade
  2. Onrechtmatig karakter
    a. Datgene waarmee wordt gedreigd, is op zichzelf onrechtmatig (bijv. doodslag of mishandeling).
    b. Datgene waarmee wordt gedreigd, is op zichzelf niet onrechtmatig, maar de bedreiging dient ertoe iets te bereiken waarop men generlei recht kan doen gelden.
  3. Causaal verband
    • De rechtshandeling is veroorzaakt door de bedreiging.
  4. Objectiveringsvereiste
    • De bedreiging was geschikt om op een redelijk mens indruk te maken.

Rechtsgevolg: vernietigbaarheid (lid 1), tenzij: lid 5

Lid 3 (bedrog)

VOORWAARDEN

  1. Opzet
    • Een ander (opzettelijk) tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling bewegen. Voorwaardelijk opzet is voldoende.
  2. Onjuiste voorstelling van zaken:
    a. Een onjuiste mededeling
    b. Het verzwijgen van enig feit dat men mede met delen
    c. Een andere kunstgreep
  3. Causaal verband
    • De rechtshandeling is veroorzaakt door de onjuiste voorstelling

Rechtsgevolg: vernietigbaarheid (lid 1), tenzij: lid 5

Lid 4 (misbruik van omstandigheden)

VOORWAARDEN

  1. Een bijzondere omstandigheid:
    a. Noodtoestand
    b. Afhankelijkheid
    c. Lichtzinnigheid
    d. Abnormale geestestoestand
    e. Onervarenheid
  2. Misbruik
    • De wederpartij moet de totstandkoming van de overeenkomst hebben bevorderd, ofschoon hetgeen hij wist of moest begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.
  3. Causaal verband
    • De rechtshandeling is veroorzaakt door het misbruik.
  4. Kenbaarheid (van causaal verband)
    • De wederpartij wist of moest begrijpen dat de ander door de bijzondere omstandigheden bewogen werd tot het sluiten van de overeenkomst.

Zie ook: dwaling