Art. 3:33 BW (rechtshandeling)

Art. 3:33 BW

Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.

Uitleg

Een rechtshandeling is een handeling die iemand verricht met een beoogd rechtsgevolg (met juridische consequenties).

Voorbeeld: een bod doen op andermans auto.
Voorbeeld: het accepteren van een bod.

Hieronder staan de twee voorwaarden genoemd waar iedere rechtshandeling aan moet voldoen.

VOORWAARDEN

  1. Een wil
    De wil moet op een rechtsgevolg gericht zijn. Voorbeeld van een uitzondering: wanneer iemand een grapje maakt. In dat geval ontbreekt dus de wil om een rechtsgevolg te bewerkstelligen.
  2. Een verklaring
    De wil moet zich door een verklaring hebben geopenbaard. Dus bijvoorbeeld door middel van een mondelinge openbaring, een mailtje of een brief.

Rechtsgevolg

Er komt een rechtshandeling tot stand.

Aanvulling

Let erop dat er uitzonderingen zijn waardoor de wil tòch ontbreekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bedreiging.